Vanaf het eerste moment was de nieuwsgierigheid groot: voorzichtig peuteren, pincetten erbij en samen speuren naar botjes. Al snel klonken er enthousiaste reacties door de klas: “Wow, wat zit hier veel in! Wat eten ze veel eigenlijk!” en “Is dit een kop?” Elk gevonden schedeltje of pootje voelde als een kleine schat.
Het uitpluizen van de braakballen maakte het leven van de uil ineens heel concreet. Leerlingen zagen met eigen ogen wat een uil eet en hoeveel prooidieren daarvoor nodig zijn. Dat zorgde niet alleen voor verwondering, maar ook voor mooie gesprekken over voedselketens, natuur en roofdieren. Vragen als “Wat is dit?” en “Van welk dier zou dit zijn?” leidden tot samenwerken, vergelijken en logisch redeneren.